Sociale taalvariatie: jongerentaal en sms-taal
(een interview met Liesbet Jacobs)
Liesbet Jacobs is ex-docent Nederlands aan de Arteveldehogeschool. Nu geeft ze les aan de derde graad van het Don Boscollege in Zwijnaarde. Als leerkracht en moeder van twee tienerdochters komt ze voortdurend in contact met jongeren en sms-taal. Hoe ervaart zij het gebruik van jongerentaal? Waarom willen jongeren hun eigen taaltje hebben? Dit is een voorproefje van de vragen waar Liesbet ons een antwoord op geeft in het volgende interview.
Merkt u dat jongeren in de klas vaak jongerentaal gebruiken of doen ze op school een inspanning om algemeen Nederlands te praten?
Liesbet Jacobs: “Jongeren kunnen goed switchen tussen jongerentaal en het AN wanneer het moet. Onder elkaar spreken ze zeker jongerentaal. Als ze iets voor de klas moeten brengen bij een presentatie bijvoorbeeld, kunnen ze wel AN spreken. Vooral de laatstejaars spreken AN wanneer het nodig is. Ze worden gedurende zes jaar getraind en kunnen dus gemakkelijk switchen.”
Is er een verschil in het taalgebruik van leerlingen onderling en van leerlingen naar de leerkracht?
Liesbet Jacobs: “Ze letten niet op hun taalgebruik als ze gewoon antwoorden in de klas, wel bij een spreekbeurt.”
Waarom wordt jongerentaal gebruikt?
Liesbet Jacobs: “Jongeren zoeken iets om zich als groep te profileren. Taal is daar één van de middelen voor. Het groepsgevoel is belangrijk voor hen. Als het nodig is, kunnen ze dit taalgebruik ontstijgen naarmate ze opgroeien.”
Was jongerentaal vroeger ook al aanwezig of is dit een verschijnsel van de laatste decennia?
Liesbet Jacobs: “Ik denk dat jongerentaal vroeger op een andere manier aanwezig was. Toen werd er meer dialect gebruikt. Het algemeen Nederlands was nog niet zo’n normtaal als nu. Het taallandschap was anders. Wanneer de eerste onderzoeken hierover zijn uitgevoerd weet ik niet. Daarom is het niet gemakkelijk om hierover een uitspraak over te doen.”
Denkt u dat dialect hierop een invloed heeft?
Liesbet Jacobs: “Dialect heeft meer te maken met regio en informeel taalgebruik, niet met leeftijd. Nu wordt dialect vooral geassocieerd met oudere mensen. Misschien neemt jongerentaal de plaats van het dialect in bij jongere mensen.”
Denkt u dat het gebruik van Facebook,… een negatieve invloed heeft op het taalgebruik van jongeren?
Liesbet Jacobs: “Er worden daar heel veel onderzoeken rond gedaan en niet iedereen heeft dezelfde mening hierover. Ik vind dat de meeste jongeren het onderscheid goed kunnen maken. Ze kunnen goed van code switchen indien nodig.
Ik heb familie in Engeland en ik merk dat de Britten slechter Engels schrijven dan wij. Het feit dat zij daar ook chatten,.. in het Engels en wij niet heeft daar zeker mee te maken.”
Waar halen jongeren inspiratie voor hun jongerentaal?
Liesbet Jacobs: “Geen idee. Zeker uit het Engels en uit de taal die wordt gebruikt in sitcoms en jongerenseries. Ik vind dit moeilijk te zeggen. Misschien hebben ze ook wel het dialect als inspiratiebron. Dit is maar wat ik denk. Hierover weet ik niet zoveel.”
Welke functies heeft jongerentaal?
Liesbet Jacobs: “Om zich als groep te profileren. Om een gevoel te krijgen van ‘wij zijn onder elkaar bezig’.”
Welke woorden worden tegenwoordig vaak gebruikt?
Liesbet Jacobs: “Ik heb daar niet veel zicht op. Ik geeft Nederlands, dus tegen mij wordt er niet veel jongerentaal gesproken.
Er wordt vaak geswitcht in de woorden. Een woord kan maar ongeveer twee jaar hip zijn. Neem bijvoorbeeld “muilen”. Ik vind dat een vuil woord, maar toen ik dit besprak met leerlingen in de klas merkte ik dat zij hier niet negatief tegenover stonden. “Chillen” wordt ook veel gebruikt. Als je zelf woorden uit hun jongerentaal gebruikt vinden ze dat grappig. Als ik bijvoorbeeld in de klas zeg: “Voor degenen die hun spreekbeurt al gedaan hebben is het hier wel chill hé deze middag”, zorgt dit voor reactie. Ze hebben dit graag omdat ze weten dat je dit bewust doet.”
Zijn er woorden die u zelf overneemt van de jongeren?
Liesbet Jacobs: “Ik neem geen woorden spontaan over, maar als het één is dat ik spontaan kan gebruiken in de communicatie met de klas durf ik die wel te onthouden.”
Heeft SMS-taal een invloed op de schrijfvaardigheid van jongeren?
Liesbet Jacobs: “Nee niet in mijn doelgroep. De jongeren waar ik les aan geef zitten in de derde graad ASO. Deze jongeren weten dat SMS-taal niet in de klas hoort. Het heeft geen invloed op hun schrijftaal. Maar daarom schrijven ze nog niet goed hé!”
Vindt u dat SMS-taal zorgt voor de verloedering van het Nederlands?
Liesbet Jacobs: “Nee. Jongeren zijn soms wel minder creatief in hun schrijftaal, maar SMS-taal is hier niet de schuld van.”
Merkt u dat jongeren soms niet meer weten wanneer SMS-taal kan worden gebruikt of wanneer formeel taalgebruik vereist is?
Liesbet Jacobs: “Mijn doelgroep kan goed switchen tussen de codes als het wordt gevraagd. Ze zijn die SMS-taal al wel wat ontgroeid. Mijn dochters van 13 en 16 sms’en soms wel in een onverstaanbaar taaltje. Maar naar mij en oma en op school lukt dat wel. De doornsnee jongere met verstand weet wanneer welk taalgebruik gepast is. De minder taalvaardige leerlingen willen dit wel doen, maar ze kunnen minder switchen omdat ze minder taalgevoelig zijn.”
Komt u soms vreemde woorden of afkortingen tegen op toetsen of examens?
Liesbet Jacobs: “Het woord “men” kom ik wel vaak tegen op toetsen. De leerlingen denken waarschijnlijk dat men “men” kan gebruiken in het AN omdat dit woord wordt gebruikt in de spreektaal en SMS-taal. SMS-taal gaat meer uit van het fonetische. Daarom denken ze dus waarschijnlijk dat dit zo mag worden gebruikt.”